Een pietsie puntje

Intercity Rotterdam – Utrecht, 09:20

Oeh, wat moet ik me inhouden! De zwarte piet discussie dwarrelt door de trein. En de enige argumenten die ik voorbij hoor komen voor het behoud van het feest gaan totaal voorbij aan de gevoeligheden die het feest toch echt met zich meebrengt. Het zou zo fijn zijn als men in elk geval zou erkennen dat die verschillende meningen er zijn, en ook mogen zijn. Maar nee, de hele discussie wordt afgedaan met “het is traditie”, “we doen het al zo lang”, “wat zijn die zwarte mensen toch snel op hun tenen getrapt”. Totaal geen idee hoe hun grappen over blanke vla, blanke lak, en jodenkoeken de plank totaal mis slaan.

Oh oh oh, ik pleit er ontzettend voor Sint en Piet als topduo elk jaar terug te laten komen. Twee dikke vrienden, één wit, één zwart. Niks geks. Maar ik begin er haast aan te twijfelen als ik de geluiden om mij heen hoor of dat wel zo’n goed idee is. In de overdadig witte wereld van een groot aantal Nederlanders is er blijkbaar weinig ruimte voor wat meer inlevingsvermogen. Iets meer nuance. Maar gelukkig horen Sint en Piet alles. En iedereen die stout is geweest gaat in december mee in de zak…

Advertenties

Ruggengraat

Intercity Utrecht – Zwolle, 09:05

Hij zit op de grond. Linkerbeen gestrekt schuin naar voren, rechterbeen gebogen. Met zo’n handig lineaal waar ik de naam niet van weet, tekent hij lijnen op roze stoeptegels. Het perron is nog helemaal leeg. Alleen beton en zand. Hij gaat er iets moois van maken.

Lang genoeg gerekend en getekend. Hij wisselt zijn zittende houding af met een loopje van tegelstapel naar tegelkarretje. Per steen bukt hij, komt omhoog, zet hij twee stapjes, en wipt hij hem het karretje op. Allemaal rustig en gecontroleerd. Zijn handschoenen beschermen zijn handen. Zijn blauwe overall zijn knieën. En zijn helm zijn hoofd. Maar die rug dan?

Bij elke steen denk ik “Ai”. Een paar honderd op een dag, vijf dagen per week. Dat kan niet goed gaan tot zijn pensioengerechtigde leeftijd. Hopelijk schopt hij het op tijd tot opzichter. Of directeur. Die van hem komen twee keer langs lopen. In spijkerbroek met blouse, en in pak. Beide keren stoppen ze bij de tegelman. Ze wijzen wat. Handen in de zij. Rug recht, buik vooruit. Lachen om flauwe grapjes. De tegelman werkt stug door. Die heeft nog ruggengraat…

Ouder oppas

Intercity Rotterdam – Utrecht, 09:20

Hij is op reis met zijn ouders. Hij let op hen, zij op elkaar. Pa en ma wiebelen en kijken elkaar in de ogen. Zij heeft een lok haar links langs haar hoofd lopen. Verder is ze pluizig en bijna kaal. Hij haalt steeds zijn neus op, en drinkt dan een slokje water. Hij fluistert. Zij roept alles wat ze kwijt wil de hele coupé door. Iedereen vindt zijn ouders op een gegeven moment een beetje gek. Deze lieve schatten zijn duidelijk altijd al zo. Zwak begaafd, en niet in staat zelfstandig op reis te gaan. Laat staan een kind op te voeden…

Kennelijk is het ze toch gelukt. Vast en zeker met fantastische hulp. Want wat een zoon. Op het eerste oog een normale dertiger. Maar wel een dertiger die met zijn kinderlijke ouders kletst over patatjes op de kermis, en tekenfilmpjes op de ziekenhuis-tv. Rollen omgekeerd. Vanaf zijn achtste levensjaar moet dat al het geval zijn geweest. Hij noemt dit gezellige stelletje ongeregeld jaren later in een volle trein nog steeds vol overtuiging pa en ma. Wat een begaafde zoon…

Prikkelbaar

Intercity Rotterdam – Utrecht, 09:20

Je hebt me gemakkelijk vanochtend. Ik merk hoe prikkelbaar ik ben wanneer er vijf minuten na vertrek gefutsel klinkt achter me. Gekraak van een plastic zakje. Vast met van die stomme mini-worteltjes ofzo. Hele kleine. Want ze pakt elke halve minuut een nieuwe. Met die hand, in die zak.

Mijn lichaamstaal ademt “AARGH”. Ik zucht zichtbaar. Gooi mijn hoofd naar links en naar rechts, maar kijk haar net niet helemaal aan. Dit moet toch duidelijk genoeg zijn. Prop die wortels in je mond. En hou in hemelsnaam op met smakken!

Op het moment dat ik mijn telefoon wil pakken om mijn hart te luchten in een blogje, zie ik mijn kans schoon. Ik zet mijn tas zo naast me neer dat ik me wel om móet draaien. Net als ik wil opkijken met mijn alleszeggende doordringende hou-daar-mee-op!-blik, kruisen mijn ogen iets veel extremers. Wauw…

Ze heeft een blauwe panty aan, een knalblauwe blouse, een wit jasje. Haar haar is spierwit. Haar wangen felroze. Lippen oranje. Recht uit de speelgoedwinkel, of een vervroegd carnavalsfeestje. Ik hoor niets meer. Zie alleen haar. Ze blaast een roze kauwgombel. Pats.

Dank. Grote dank! Prikkelexplosie in mijn hoofd. Nu heerlijk doof en blind voor alles om me heen uit het raam staren…

Teken van liefde

Intercity Rotterdam – Utrecht, 09:05

Hij maakt een foto van de trein. Als ik dichterbij kom zie ik zijn dochter door één van de onderste raampjes. Binnen klinkt het hese gebrabbel van een vierjarig roze meisje met vlechtjes. Mama heeft tranen in haar ogen. Een glimp van haar verdriet schemert door wanneer ze me kort aankijkt.

Papa tekent een hartje in de stoffige grijze laag op de trein. Vader en dochter doen een bokswedstrijdje in de lucht. Paps raakt het raam per ongeluk. De kleine meid is nu los. Tong uitsteken, gekke bekken trekken. Papa gaat ook van serieus en hartjes tekenen richting lolbroek op het perron. Boven het hartje schrijft hij “Bami”…

De conducteur fluit. Er wordt gezwaaid en in de lucht gekust. Papa wordt steeds kleiner. De kleine ruikt mijn koffie en deelt dit aan mij mee. Mama lacht inmiddels weer door haar tranen heen. Vanavond zijn ze weer terug. Voor de bami…

Samen maar alleen

Intercity Rotterdam – Utrecht, 09:20

Ojee, ojee, daar komt wat. Uit mijn raampje zie ik een rode jas hard zwaaien terwijl ze naast de conducteur staat. Vier andere jassen komen in beweging richting treiningang. “Dit is ‘m hoor! Hij gaat naar Utrecht. Toch niet naar Rotterdam.” Och, de dames waren te vroeg…

“Welke kant gaat hij op?” “Wat rijdt hij langzaam.” “De koffie hebben we al op.” Bingokaart met treinuitspraken die je op kunt pikken tijdens de vrij-reizen-dagen. Gat in de markt, me dunkt. Ik heb hem al halfvol.

De dames zijn van plan iets te eten bij een tentje vandaag. “Niet weer bij een snackbar hoor. Daar heb ik geen zin in, Nel.” Nel heeft een topargument terug. “Truus, daar zie je tenminste wat je eet. Hoe ze het klaarmaken enzo. Als je ziet wat die van der Geus allemaal niet aantreft in die eettentjes!” “En die studenten met afwas van een maand! Bah!” Sbs heeft duidelijk indruk gemaakt…

De dames verbazen zich over het aantal reizigers. En alle fietsen op het station. “Dan denk je bij jezelf, gaan die mensen elke dag verplaatsen?” Oh, zo weinig van de wereld gezien, deze dames. Nu hebben ze elkaar gevonden. Reismaatjes voor de rest van hun eenzaam bestaan. Alle mannen zij namelijk al de pijp uit. Van 12,5 tot 4 jaar lang zijn ze al op zichzelf aangewezen. Die blijven nog wel even rondkuieren. Elk bord wordt zes keer afwassen. Elke sok tien keer gestreken. En elke tas hartgrondig uitgespoten na gebruik. De dag goed gevuld, en geen bacterie aan het lijf! Daar hebben we met de bingo nog plezier van tot 2025…

Onderbroekenlol

Intercity Rotterdam – Breda, 17:18

Hij zit onder een taart… De man schuin tegenover mij is amper te zien. Zijn spijkerbroek en bruine leren schoenen steken onder een in-cellofaan-gehuld-mega-kado uit. Een vier verdiepingen tellende taart van luiers. Allemaal schetig opgerold, en per stuk bij elkaar gehouden door een elastiekje. Deze man stopt zijn blijdschap om nieuw leven niet onder stoelen of banken. Had ook niet gepast…

Het toppunt van de taart (letterlijk) bestaat uit een exacte kopie van de teddybeer van Mr. Bean. Ik zie de man onder de taart kijken. Naar die zwarte glimmende kraaloogjes. Verbeeld ik het me, of produceert hij zo nu en dan een Beaneske “errrr, aaawwww” richting de beer? Hij wiebelt met zijn knieën. Links omhoog, rechts omhoog. De beer schudt zijn hoofd. De man knikt terug.

Ik heb geen stront in mijn ogen. Dankzij de nog te bezoeken zuigeling, heeft meneer de treinrit van zijn leven. Zijn erbij gefantaseerde publiek piest in de broek van het lachen. Wanneer de conducteur langs loopt lekt er weer iets van de realiteit door bij de beste man. Hij verzit een beetje, peutert aan het cellofaan, en luiert zo nog vijf minuten door. Dan krijgt de beer hem weer in zijn greep. Als hij zo maar los kan laten…